Het begon nochtans als een doorsnee dagje aan zee.
De zon brandde hevig op mijn rug. Miniscule zweetdruppeltjes parelden op mijn warme huid. We speelden petanque, leerden jongleren, lazen een boekje, deden het mopke van het verse brood, ....
Sex on the beach was nooit ver weg.
Maar dan maakte ik een misser van formaat. Dartel als een veulen, plonste ik door de Kokzijdische golven. Toen ik de golven voor de tweede maal trotseerde, sprak het afwaswater van de zee me toe:
-"Nu is het genoeg geweest makker!"
-"Gij ziet hier niet meer welkom!"
-"Abra kadabra ka bubbelhuid!"
-"Wees vol bubbels en dat ik u hier nooit meer zie."
Miljaar, vol ongeloof staarde ik naar mijn huid. Waar was mijn gave babyvelletje gebleven? Mijn buik en rug stonden vol met schubben. Overal zag ik bubbels zo dik als zweren. Onmiddelijk werd alarmfase drie van het rampenplan afgekondigd. Er waren drie werkpunten:
- evacuatie
- afspoelatie
- reanimatie (gelukkig niet nodig deze keer)
Voor geen geld van de wereld krijgen ze me nog in het water van de Noordzee.

